Open zijn over babyverlies: moet je je verhaal delen?
‘We moeten er meer over praten.’ Dat hoor je vaak als het over een miskraam, stilgeboorte of kindverlies gaat. En ik begrijp waarom. Stilte kan ervoor zorgen dat ouders zich alleen voelen met iets wat hun leven voorgoed heeft veranderd.
Maar voor de ouder die haar kind verloor, kan die oproep als een extra opdracht voelen. Alsof je jouw verhaal moet vertellen om anderen iets te leren. Alsof je het taboe in stand houdt wanneer je zwijgt.
Dat is niet jouw verantwoordelijkheid. Jij bepaalt wat je over je kind deelt, met wie en wanneer.
Waarom openheid na babyverlies niet vanzelfsprekend is
Vertellen dat je kind is overleden, betekent soms ook dat je reacties krijgt waar je niet op zit te wachten. Misschien vraagt iemand naar details die je niet wilt delen. Misschien volgt er een goedbedoelde opmerking die pijn doet. Of je merkt dat de ander ongemakkelijk wordt en jij ineens degene bent die het gesprek moet redden.
Dan kan het verstandig voelen om een kort antwoord te geven of niets te vertellen. Zeker op je werk, tijdens een verjaardag of tegenover iemand die je nauwelijks kent.
Die keuze zegt niets over de liefde voor je kind. Je mag je kind een grote plek in je leven geven zonder iedereen toegang te geven tot je verhaal.
Hoe kun je over je kind vertellen op jouw manier?
Openheid heeft geen vaste vorm. Je kunt zeggen: ‘Ik heb drie kinderen’, zonder verder uit te leggen. Je kunt de naam van je kind noemen en het daarbij laten. Of je kunt uitgebreid vertellen over wat er is gebeurd en hoe je nu leeft.
Je mag per persoon en per dag iets anders kiezen. Misschien vertel je een vriendin meer dan een collega. Misschien heb je vandaag zin om een herinnering te delen en morgen niet.
Ook een grens aangeven is een vorm van duidelijkheid:
‘Ik vertel graag over mijn kind, maar liever niet over de medische details.’
Of:
‘Dank je dat je vraagt. Ik wil het er vandaag niet over hebben.’
Je hoeft geen uitleg te geven voor die grens.
Wie moet het taboe rond kindverlies doorbreken?
Ouders die hun verhaal willen delen, kunnen anderen helpen begrijpen hoe het is om met een overleden kind verder te leven. Mijn eigen ervaring als mama van Jasmijn, Tom en Tim heeft mij ertoe gebracht daarover te schrijven en te spreken. Ik begeleid inmiddels ook vrouwen na baby- en kindverlies.
Maar een ouder die haar verhaal privé houdt, schiet niemand tekort. Het taboe doorbreken is óók werk voor de mensen om haar heen. Zij kunnen leren luisteren, de naam van een kind blijven noemen en ophouden met aannemen dat het verlies na een tijdje voorbij moet zijn. Werkgevers, zorgverleners en media hebben daarin eveneens een rol.
Openheid wordt pas mogelijk wanneer er ruimte is om te spreken én ruimte om te zwijgen.
Je kind mag erbij horen zonder dat je alles vertelt
Misschien wil je dat mensen weten dat je moeder bent, maar wil je niet telkens het hele verhaal vertellen. Misschien wil je weer genieten van je leven en tegelijk kunnen zeggen dat je je kind mist.
Dat kan naast elkaar bestaan. In mijn werk noem ik dat leven mét verlies en mét je kind. Niet iedere dag hoeft over het verlies te gaan. Je kind hoeft ook niet uit je verhaal te verdwijnen zodra je over het leven van nu praat.
Veelgestelde vragen over open zijn na babyverlies
Moet ik over mijn miskraam of overleden kind praten?
Nee. Jij beslist of je iets vertelt en hoeveel je deelt. Je hoeft jouw ervaring niet openbaar te maken om je kind te erkennen of om steun te verdienen.
Hoe vertel ik over mijn kind zonder het hele verhaal uit te leggen?
Je kunt de naam van je kind noemen of zeggen hoeveel kinderen je hebt. Als iemand doorvraagt, mag je antwoorden: ‘Ik vertel er nu liever niet meer over.’ Dat is voldoende.
Houd ik het taboe in stand als ik er niet over praat?
Nee. Het is niet aan jou om anderen op te voeden met jouw persoonlijke verhaal. Mensen in je omgeving kunnen zelf bijdragen door zorgvuldig te luisteren en ruimte te maken voor ouders die wél iets willen delen.
Kan ik later alsnog besluiten om mijn verhaal te delen?
Natuurlijk. Wat vandaag privé voelt, wil je misschien later vertellen. Andersom mag je ook stoppen met delen wanneer je daar behoefte aan hebt. Je hoeft niet consequent te zijn voor de buitenwereld.
Eerst luisteren naar hoe anderen woorden vinden?
Misschien weet je nog niet wat je zelf wilt vertellen. In mijn podcast Wanneer het moederschap anders gaat hoor je verschillende gesprekken over moederschap, verlies en het leven daarna. Je kunt luisteren en zelf bepalen welke woorden bij jou passen. Je hoeft je eigen verhaal daarvoor met niemand te delen.




